De geschiedenis van de moraal
Toen onze voorouders zich nog bezig hielden met jagen en verzamelen, en ze als nomaden door de steppen trokken, hadden ze geen moraal. Ze kenden het woord niet, en hadden geen begrip dat met de betekenis ervan overeen kwam. Betekent dat niet dat ze voortdurend ruzie hadden en dat ze elkaar voortdurend bestalen? Nee, dat betekent het niet. Bonobo's hebben ook geen moraal, en die bevechten en bedriegen elkaar ook niet voortdurend. Als je in kleine groepen samenleeft, en je bent op elkaar aangewezen voor het verkrijgen van voedsel en het verdedigen tegen roofdieren, kun je je niet veroorloven om in voortdurende onmin te leven. Ik weet niet of bonobo's dat duidelijk beseffen, maar ze gedragen zich wel alsof ze dat doen. Hun instinct zal hun daarbij helpen, en ook bepaalde hersenstructuren, de spiegelneuronen, die hen laten voelen wat anderen ondergaan.
Mensen hebben ook zulke instincten en zulke spiegelneuronen. En dat was voor hen genoeg toen ze nog in kleine groepen leefden, waarin hun leven van elkaar afhing. Maar mensen zijn ongelooflijk creatief. Ze weten zich niet alleen in leven te houden, maar ze weten ook hun leven te verbeteren. Op den duur veranderden ze van jagers/verzamelaars in landbouwers. In plaats van hun voedsel in het wild te zoeken, gingen ze het verbouwen. Ze zaaiden en plantten, en ze wiedden en bemestten. Maar als je afhankelijk bent van velden met gewassen voor je voeding, kun je niet meer rondtrekken. Je moet op één plaats blijven, bij die velden, al was het alleen maar om de dieren te verjagen die van jouw gewassen willen snoepen.
Dat heeft verregaande consequenties. Op de eerste plaats voor je huisvesting. Als je jaar na jaar op de zelfde plek blijft, heb je de tijd om een meer permanente woning te bouwen dan waarover die nomaden beschikten. Je krijgt daardoor meer ruimte en meer comfort. En omdat je in tegenstelling tot de nomaden niet telkens weer al je bezittingen mee moet nemen, kun je je daarvan meer veroorloven. Niet alleen maar wapens en landbouwwerktuigen zoals ploegen, maar ook kleding en versierselen. Je kon van tijd tot tijd eens wat anders aantrekken, vooral bij feestelijke gelegenheden, en daarbij laten zien dat het goed met je ging.
Als er behoefte is aan wapens en landbouwwerktuigen, mooie kleding en versierselen, zijn er ook wel mensen te vinden die die beter kunnen maken dan anderen. Niet iedereen is even bedreven in het spinnen, weven en naaien, dus als je een mooie jurk wilt hebben, ga je naar iemand die goed is in het maken van jurken. Maar zo iemand is daar dan wel een tijd mee bezig, en kan in die tijd niet op het land werken. Dus je belooft haar een deel van je oogst, in ruil voor die jurk. En het zelfde doe je met de wapensmid en de ploegenbouwer.
Zo lang de groep die in zo'n landbouwnederzetting bij elkaar woont niet groter is dan de groepen nomaden van vroeger, hebben die naaister, die wapensmid en die ploegenbouwer niet zoveel te doen. Er is niet iedere dag iemand die behoefte heeft aan een nieuwe jurk of een nieuw zwaard. Dus moeten de smid en de naaister ook nog op het land werken, en hebben ze weinig tijd om zich verder te bekwamen in hun vak. Die tijd krijgen ze wel als hun klandizie toeneemt. En dat gebeurt, als ze iets beter zijn dan hun concurrenten. Want mensen willen altijd het beste, ook al moeten ze naar het volgende gehucht om dat te krijgen. En als je daar dan toch bent, kun je ook nog wel wat andere dingen meenemen. Er naartoe, als ruilmiddel, en er vandaan, als product. Zo ontstaan er marktnederzettingen, waar vaklieden bij elkaar gaan wonen, en waar boeren naartoe gaan om hun producten aan de man te brengen.
En die nederzettingen groeien. Ze groeien uit tot steden waarin er een arbeidsverdeling heerst, met vaklieden die kleding maken, en manden, en tonnen, en meubels, en zwaarden, en gereedschap, en huizen, en putten, en alles waar een mens maar behoefte aan kan hebben. En die steden genereren rijkdom. Als je niet meer om de paar weken moet verhuizen, zoals de nomaden, en je dan ook niet hele bezit mee hoeft te sjouwen, maar het kan opslaan in je huis, kun je rijkdom gaan verwerven. Je kunt wapens en sieraden gaan verzamelen, en daarmee tonen dat het goed met je gaat. Maar daarmee wek je ook de jaloezie van degene waarmee het niet zo goed gaat. En die zal proberen zich wat van jouw rijkdom toe te eigenen. Als je hem daarbij betrapt, sla je zijn kop af met je zwaard.
Tot nu toe heb ik het niet over moraal gehad. Maar als je huis vol ligt met kostbaarheden, ga je je zorgen maken. Je kunt niet dag en nacht op wacht gaan staan met je zwaard in de aanslag. En dan nog, als je iemand zijn kop afhakt, zit je met een hoop troep, met bloed op je kostbare tapijt, en met een lijk dat je op de een of andere manier moet kwijtraken. Trouwens, als dat lijk van je eigen broer blijkt te zijn, zou je wel eens spijt kunnen krijgen van je onbesuisde gedrag. En anders worden wellicht de broers van dat lijk erg kwaad, en zullen verhaal komen halen. Een stad waar men elkaar voortdurend te vuur en te zwaard bestrijdt is geen bloeiende stad. En op de een of andere manier zal men de welvaart die de stad biedt toch in stand willen houden.
En daar komt de moraal in het spel. Als je in een stad bij elkaar woont, ken je niet iedereen even goed. Niet iedereen is familie, je bent niet van iedereen even afhankelijk, en niet iedereen heeft dezelfde gewoonten. Als je familie bent, hou je rekening met elkaar. Maar je zou dat in een groter verband ook moeten doen. En zie, daar staat een profeet op. En hij verkondigt het idee dat iedereen familie is van elkaar, ook als je niet uit het zelfde nest komt. Hij verkondigt dat je je dient te gedragen alsof iedereen je broeder is. Als je dat niet doet, zal het slecht met je gaan. Maar als je dat wel doet, zijn vrede en welvaart je deel. "Houd je aan de gouden regel" roept de profeet. "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". En die ander is voor hem iedere medemens, niet alleen degenen waar je vertrouwd mee bent. Dat die profeet zo'n succes heeft, komt doordat men eigenlijk ook wel beseft dat hij gelijk heeft. Ruzie en bedrog zijn niet goed voor de handel. Welvaart heeft belang bij plaatselijke vrede. Eventueel ten koste van een oorlog elders, maar dat is een ander verhaal.
En daarmee is je morele repertoire uitgebreid. Naast de instinctieve moraal die je als het ware met je genen hebt meegekregen, die moraal die je gevoelens bespeelt bij de omgang met je naasten, komt er nu een moraal die is vastgelegd in regels als die gouden regel, en die zegt dat iedereen je naaste is. En die moraal breidt zich uit. Naarmate de wereld van de mensen grootschaliger en ingewikkelder wordt, wordt de collectie gedragsregels uitgebreid. En die regels worden steeds dieper in de samenleving ingebed. Ze worden steeds meer als vanzelfsprekend ervaren, en de samenleving wordt steeds vreedzamer. Slavernij verdwijnt, de doodstraf wordt afgeschaft, lijfstraffen verdwijnen en we krijgen een universele verklaring van de rechten van de mens, waaraan ieder land zich zegt te houden.
Onze moraal is het product van redelijk denken. Onze gedragsregels zijn bedacht door profeten en filosofen. En we leven inmiddels al zo lang met een bedachte moraal, dat we denken dat onze moraal enkel door het denken is bepaald. We hebben het gevoel dat ons denken los staat van onze gevoelens, ja zelfs dat die gevoelens het denken hinderen. En wat doet dat denken? Het probeert algemene problemen te ontdekken en daar algemene oplossingen voor te bedenken. Het denken generaliseert. Als er iemand vermoord wordt, vermoedt het denken dat er in ieder van ons een moordenaar schuilt. En als iemand zich meer welvaart toe-eigent dan zijn medemensen, denkt het denken dat we gedreven worden door hebzucht. We verzinnen economische theorieën die uitgaan van de hebzucht van de mens. En we beschouwen die als norm voor ons handelen. Als ons gevoel daartegen protesteert, vinden we dat dat gevoel niet zo moet zeuren. Ons redelijke denken zegt immers dat het zo moet. Zo vergeten we dat we sociale wezens zijn, daartoe voorbestemd door onze biologie. En omdat we tegen onze aard in handelen, geraken we van de ene crisis in de andere.
Gelukkig zijn er nu ethologen als Frans de Waal die ons laten zien dat we van nature sociaal zijn, en ons ook tonen wat dat inhoudt, een sociale diersoort. Ze vertellen ons hoe de bonobo's omgaan met conflicten en hoe ze onenigheden oplossen. En ze demonstreren ook dat die bonobo's genetisch met ons verwant zijn. Die ethologen drukken ons met onze neus op onze ware aard: een schepsel dat niet kan bestaan zonder zijn soortgenoten. Ze laten ons zien hoe je zou moeten samenleven, en wat er fout gaat, als je daarbij die aard verloochent. Wat ze ons vooral laten zien is dat het niet de ratio is die normen stelt, maar het gevoel. Want we worden geboren met een sociaal instinct. En in plaats van dat te ontwikkelen, proberen we het te onderdrukken. En daarmee vervreemden we ons van wie we zijn, met alle gevolgen van dien.



Reacties (32)
Beste Kweetal,
Ik denk niet dat je digitaal kan zeggen dat moraal of dit is of dat: of cultuur of natuur, of ratio of gevoel, of hebzucht of sociaal. Het lijkt er eerder mee te maken te hebben dat de betere kwaliteit van leven verschijnt in een bepaalde dialectiek van bijvoorbeeld tegenpolen als samenwerken en concurreren, altruisme en zelfzucht, het collectief en het individu. Je kan bijvoorbeeld een samenleving hebben als die van Noord-Korea, waarin het collectief alles is en het individu niets, resulterend in bijvoorbeeld de noodzaak gras te eten om te kunnen overleven. Je kan ook een samenleving hebben als in Brazilie, een zogenaamde 20-80-samenleving, waarin de 80% armen leven in vavela's en de 20% rijken leven in dominio's of gated communities. En in beide gevallen betreft het samenlevingen die wat betreft welzijn niet best tevoorschijn komen in cultuurvergelijkend onderzoek, dit in tegenstelling tot dialectisch veel creatiever samenlevingen als bijvoorbeeld die van Denemarken en Zweden met hun vruchtbare balans in 'markt' en 'verzorgingsstaat'. Vervolgens denk ik dat dit soort meer kwaliteitsvolle culturen gezien kunnen worden in het perspectief van een natuur die al vele miljoenen jaren een streven toont naar de vorming van rijke kwaliteitsvolle biotopen, divers in kleur en vorm en soort en functie, en toch ook zeer geintegreerd, zeer een geheel, als een rijk boeket bloemen of een geslaagd interieur. Met andere woorden, ons nastreven van kwaliteitsvolle cultuur is te zien als een voortzetting van het nastreven van kwaliteitsvolle natuur, zoals wij dat aantreffen in juist die natuur. En net zoals in de natuur zien we ook in de cultuur een daarvoor vruchtbaar dialectisch samenwerken van bijvoorbeeld individu en collectief, concurrentie en samenwerking, ontbinding en integratie, enzovoort. 'Moraal' is aldus gezien een aspect van leven en streven naar kwaliteitsvol leven, zoals dat tot expressie komt in natuur en cultuur. Oftewel, 'moraal' is deel van die opwaartse, naar groter complexiteit en leven toewerkende beweging, tegenin de beweging naar steeds groter entropie en juist afvlakking van alle leven. Of nog anders gezegd: 'moraal' is onze articulatie van iets dat diep in de wereld steekt en waarvan wijzelf het resultaat zijn.
Beste Benedict,
Hoe bepaal je kwaliteit op een objectieve manier? Is de manier waarop een zebra aan zijn eind komt die levend wordt opgevreten door een roedel hyena's kwaliteitsvol? Of zijn die hyena's die zijn achterpoten al aan het opeten zijn terwijl de zebra met zijn voorpoten nog probeert weg te komen immoreel?
Beste Kweetal,
Je betoog waarmee je ‘authentieke’ sociale gevoelens boven een ‘corrupt’ zelfzuchtig denken lijkt te plaatsen, doet me aan Rousseau denken. Heb je zijn ‘Verhandeling over de ongelijkheid van mensen’ wel eens gelezen? Zo nee, dan is het een echte aanrader.
Voor ik een paar citaten van Rousseau geef (in het Engels), eerst iets over dieren en moraal. Moraal vereist vrijheid en vrijheid vereist reflectie. Het is de vraag in hoeverre dieren kunnen reflecteren op hun handelen en dus vrij zijn en dus een moraal kunnen hebben. Volgens Rousseau is alleen de mens vrij en kan alleen de mens reflecteren. Maar terwijl die vrijheid volgens Rousseau de waardigheid van de mens uitmaakt, is reflectie en de beschaving, inclusief de moraal, het grote ongeluk van de mens:
“I venture to declare that a state of reflection is a state contrary to nature, and that a thinking man is a depraved animal”
“it is reason which turns man's mind back upon itself, and divides him from everything that could disturb or afflict him. It is philosophy that isolates him, and bids him say, at sight of the misfortunes of others: "Perish if you will, I am secure." … Uncivilised man has not this admirable talent… It is then certain that compassion is a natural feeling, which, by moderating the violence of love of self in each individual, contributes to the preservation of the whole species. It is this compassion that hurries us without reflection to the relief of those who are in distress: it is this which in a state of nature supplies the place of laws, morals and virtues, with the advantage that none are tempted to disobey its gentle voice”.
“in a state of nature, every one is there his own master, and the law of the strongest is of no effect… Having proved that the inequality of mankind is hardly felt, and that its influence is next to nothing in a state of nature, I must next show its origin and trace its progress in the successive developments of the human mind. Having shown that human perfectibility, the social virtues, and the other faculties which natural man potentially possessed, could never develop of themselves, but must require the fortuitous concurrence of many foreign causes that might never arise, and without which he would have remained for ever in his primitive condition, I must now collect and consider the different accidents which may have improved the human understanding while depraving the species, and made man wicked while making him sociable; so as to bring him and the world from that distant period to the point at which we now behold them.”
Bovenstaande zijn een paar citaten uit het eerste deel van Rousseau’s Verhandeling. Zij vatten dat eerste deel enigszins samen en vertellen ons waar het tweede deel over gaat: daarin vertelt Rousseau heel precies hoe de mens is gecorrumpeerd door de ontwikkeling van zijn geest en daarmee van wetten, rechten en beschaving tot een ongelukkige, onderdrukte slaaf dat altijd buiten zichzelf leeft (hoe anderen over je denken is het enige dat telt!) en alleen nog maar onechte gevoelens heeft.
Groet,
Porphyrios
---
Bewerkt door Porphyrios op Apr 20 12 7:43
Beste Porphyrios,
Het zij verre van mij te beweren dat dieren over een moraal zouden beschikken. Eigenlijk stel ik zelfs dat onze verre voorouders, de jagers/verzamelaars, ook niet over een moraal beschikken. Waar ik wel bezwaar tegen heb is de strikte scheiding tussen dieren en mensen. Ik denk dat het onderscheid, qua reflecteren en vrije keuzes maken, eerder gradueel is dan essentieel. Wat niet wil zeggen dat wij door dat reflectievermogen niet 'depraved' zijn geraakt. Maar dat komt dan vooral door wat we ermee hebben gedaan, en niet door het enkele vermogen ertoe. Maar dat geeft Rousseau ook aan.
Bedankt voor de verwijzing.
Beste Kweetal,
Ja, het inzicht dat het verschil tussen dieren en mensen slechts gradueel is is denk ik een van de belangrijkste inzichten van onze tijd. Overigens, ook Rousseau ziet het verschil tussen mens en dier niet zo zeer in de verstandelijke vermogens (maar wel in vrijheid): “Some philosophers have even maintained that there is a greater difference between one man and another than between some men and some beasts. It is not, therefore, so much the understanding that constitutes the specific difference between the man and the brute, as the human quality of free-agency.” In feite lijkt het belangrijke verschil te zijn dat men vroeger veel mensen bijna net zo dom als dieren achtte terwijl wij inmiddels omgekeerd hebben ontdekt dat veel dieren in sommige opzichten bijna net zo intelligent als mensen zijn. Daarbij is moraal echter een zeer recente ontwikkeling: zelfs bij de oude Grieken zien we dat moraal nog nauwelijks bestond en in ieder geval nog ondergeschikt werd geacht aan de ‘levenskunst’ van de ethiek. Dat alleen al maakt dat al het gepraat over moraal bij dieren bij mij de indruk wekt van een typische projectie van onze huidige, modern-christelijke denkkaders op het andere.
Ook Rousseau geloofde dat onze ‘voorvaderen’ geen moraal hadden, maar wel een natuurlijke compassie met de ander. Ik merk wel op dat Rousseau zijn verhaal over de natuurmens uitdrukkelijk niet als historisch situeerde: het gaat hem er niet om om de mens van vroeger (onze ‘voorvaderen’) te beschrijven maar de mens ‘van nature’ te contrasteren met de door cultuur gecorrumpeerde mens. Zo beschouwd geef jij een meer letterlijk historische draai aan Rousseau’s verhaal.
Adam Smith geloofde trouwens dat Rousseau een aanhanger was van Mandeville die veel stof had doen opwaaien met zijn opvatting dat moraal slechts een uitvinding van de machthebbers is om de mens tot tam kuddedier te socialiseren: de moraal leert de leugen dat de mens zich boven het dier verheft met zijn rede met het ‘goede’ als het redelijke en onzelfzuchtige en het ‘slechte’ als het irrationele en dierlijke (merk de overeenkomst met Nietzsche op wiens moraal- en cultuurkritiek veel gemeen heeft met die van zowel Mandeville als Rousseau!).
Groet,
Porphyrios
Darwin was en bleef de natuurwetenschappelijke methode trouw in die zin, dat hij de resultaten ervan niet als onveranderd geldig achtte voor andere takken van diezelfde natuurwetenschap. Dus om over de overdracht ervan naar de menselijke praxis nog maar te zwijgen.
Dat verhaal over die bonoboos als een soort betere mensensoort is een precieze spiegeling van de leer van bijv. Ernst Haeckel, een populaire wetenschapper uit het Duitsland van het begin van de vorige eeuw, die het sociaaldarwinisme als de beslissende theorie over de ontwikkeling van de menselijke maatschappij interpreteerde.
Beste Wildjan,
Wie heeft het over bonoboos als een betere mensensoort?
Beste Kweetal.
daar begon jij over. Volgens mij heeft het weinig zin, mens met bonobo te vergelijken. Een volkomen andere setting, als het ware.
groet,
wildjan
Beste Wildjan,
Ik heb nergens beweerd dat bonobo's in het een of andere opzicht beter zouden zijn dan de mens. In tegendeel, ik heb naar de bonobo's verwezen als een model voor de mensensoort. Dat doet Frans de Waal ook. Maar modellen zijn altijd simpeler en primitiever dan het origineel.
Beste Kweetal en wildjan,
Een interessant, nieuw inzicht is dat we niet voor al ons gedrag vooral naar bonobo’s en chimpansees moeten kijken omdat we met hen het meeste genetisch materiaal delen: ook tussen soorten die een hele verschillende evolutionaire oorsprong hebben kan de ontwikkeling convergeren omdat zij zich aan dezelfde omgeving hebben aangepast. Zo treft men bepaalde ‘menselijke’ vaardigheden qua intelligentie, communicatie of sociale vaardigheden in bv. kraaien en honden in hogere mate aan dan bij bonobo’s of chimpanzees. De biologie spreekt dan van ‘parallelle evolutie’. In dat verband moeten we ook beseffen dat een cruciaal verschil in ontwikkeling tussen enerzijds de bonobo en anderzijds de mens is dat de mens het bos heeft verlaten en op de savanne is gaan leven. Die totaal verschillende leefomgeving heeft de evolutie in een aantal opzichten sterk gedivergeerd met betrekking tot die van de bonobo.
Groet,
Porphyrios
Beste Porphyrios,
Je kunt het ook nog uitbreiden met olifanten en dolfijnen. Maar om als model te kunnen functioneren, hoeft een diersoort niet genetisch verwant te zijn. Het gaat om het gedrag, niet om de inborst. Overigens vraag ik me af of die kraaien waar jij het over hebt, ook in sociaal gedrag wel voldoende op ons lijken. Ze beschikken over een zekere intelligentie, maar het zal niet zo zijn dat een hele groep collectief de zorg voor de nakomelingen op zich neemt.
Beste Kweetal,
Mijn suggestie is dat kwaliteitsvolle natuur overeenkomt met kwaliteitsvolle cultuur (dus inclusief het wederkerigheidsbeginsel van ‘doe niet een ander…’), in die zin dat beide gegenereerd worden in het constructief samenwerken van tegengestelde maar complementaire tegenpolen als opbouw en afbraak, groei en verval, integratie en segregatie, cohesie en anomie, verbondenheid en vrijheid, enzovoort.
Nu kan je uiteraard naar de natuur kijken en dan niets anders aantreffen dan een wereld van ‘vreten en opgevreten worden’, zoals 19e-eeuwse kapitalisten dat zagen ter rechtvaardiging van grove uitbuiting. Maar kwaliteit in natuur heeft betrekking op bijvoorbeeld de enorme biodiversiteit van tropische oerwouden en koraalriffen, en op de enorme verscheidenheid in kleuren en vormen, en op ook de vele ingenieuze vormen van aanpassing en symbiose. Waarnaast kwaliteit in cultuur betrekking heeft op de in cultuurvergelijkend onderzoek tevoorschijn komende culturen die hoog scoren in welzijn en geluk, veiligheid, vrijheid, gezondheidszorg, onderwijs, creativiteit, enzovoort, en die blijkbaar vruchtbaar ‘markt’ combineren met ‘verzorgingsstaat’ (Rijnlandkapitalisme, Sociale Marktwirtschaft, Zweeds Model, de Derde Weg, Poldermodel, enzovoort.)
Cultuur en natuur verschijnen dus kwaliteitsvol in een vruchtbaar samenwerken van concurrentie en coöperatie, individu en gemeenschap, anarchie en organisatie, enzovoort. Waarnaast de cultuur van ‘greed is good’ waarschijnlijk het best overeenkomt met de natuur van ‘red in tooth and claw’, en met een mentaliteit die niet in staat is in de natuur iets anders te ervaren dan ‘meedogenloze onverschilligheid’ (Richard Dawkins). Het komt er op neer dat we hier andermaal zien hoezeer wij mensen een vorm van natuur zijn, wat blijkt in niet slechts vele overeenkomsten en afhankelijkheidsrelaties, maar in ook de algemene manier waarin wij tot een kwaliteitsvol bestaan komen.
Beste Benedict,
'Kwaliteitsvol' kan twee dingen betekenen: vol van hoedanigheden, of van grote waarde. De wetenschap kan met het laatste niet zo veel, omdat dat een menselijk oordeel betreft. Wat waardevol is voor de een, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Er is geen objectieve maat voor waarde. En wat de eerste betekenis betreft: dan moet je er eerst bij vertellen om welke hoedanigheden het gaat.
Ik vind dat jij tegenstellingen ziet, waar die niet zijn. Het enige wat je van de natuur kunt zeggen, is dat die natuurlijk is. En daar hoort zowel het 'vreten en opgevreten worden' bij, als de zorg voor kinderen en elkaar. Het een is niet beter dan het andere. Zonder het een, kan het andere niet bestaan. Bovendien is de aardse natuur de enige die we kennen. We hebben geen vergelijkingsmateriaal waardoor we kunnen zeggen of die beter of slechter is dan een andere.
---
Bewerkt door Kweetal op Apr 24 12 3:35
Beste Kweetal,
Je hebt het over ‘de wetenschap’, maar is die maatgevend? De naam van de blog is ‘filosofieblog.be’. Dat suggereert dat het hier over filosofie gaat. En volgens mij mag je het in filosofie best wel over kwaliteit hebben en over waar dat mogelijk vandaan komt.
‘Kwaliteit’ is op zich inderdaad niet eenvoudig te bepalen. Maar als je bijvoorbeeld de aardse biosfeer vergelijkt met de toestand op de planeet Mars, dan denk ik niet dat die barre woestenij op Mars een grotere kwaliteit vertegenwoordigt dan de leven-vriendelijke oase die de planeet Aarde is. Kijk je vervolgens naar cultuur, naar bijvoorbeeld de toestand destijds in Auschwitz, of naar de leefomstandigheden van bepaalde binnensteden van de V.S. , of naar het regime in bepaalde kampen in Noord-Korea, dan denk ik niet dat dat te prefereren is boven het leven in bijvoorbeeld Denemarken, Zweden en Zwitserland. Er is onderzoek van de Verenigde Naties, dat wat betreft basale leefomstandigheden heel goed in beeld brengt welke landen al jaren goed scoren en welke landen juist niet. Dit onderzoek is natuurlijk analytisch en sceptisch op veel manieren te problematiseren, zozeer als het ook niet eenvoudig is een dergelijk algemeen patroon in enkele mails plausibel te maken. Maar ondertussen wordt genoemd onderzoek wel steeds meer een punt van oriëntatie voor miljoenen mensen, die al internettend ontdekken dat het elders veel beter leven is en dat er achter dat betere leven bepaalde politieke wetmatigheden steken, die door de eigen potentaten met voeten getreden worden.
Je zegt dat ik tegenstellingen zie waar die er niet zijn. Maar ik schrijf juist dat ik geen tegenstellingen zie maar een dialectiek van tegengestelde en complementaire krachten, die constructief werkzaam is in kwaliteitsvolle natuur en cultuur, en die op zich te schetsen is met tegenpolen als constructie en destructie, evolutie en verval, syntropie en entropie, integratie en differentiatie, geheel en delen, groep en gemeenschap, individu en collectief, vrijheid en verbondenheid, detail en geheel, enzovoort. Het betreft dan een dialectiek die universeel werkzaam is, juist omdat zij te denken is de basis te vormen van de manier van bestaan van ook quarks, atomen en moleculen. Althans, algemene wetmatigheden worden gedacht overal geldig te zijn in het universum, temeer omdat sterrenkundige waarneming geen reden geeft om anders te denken.
Het punt is dus dat we het betere leven niet moeten zoeken in maar een ongeremd egoïsme en narcisme, en dat we het ook niet moeten zoeken in alleen maar het sociale, maar dat we het, zoals is af te leiden uit wetenschappelijk onderzoek van natuur en cultuur, kunnen vinden in een constructieve balans tussen die twee. Het betreft hier trouwens iets dat reeds door anderen en in diverse vormen en aanzetten gezien is. Om er twee te citeren:
“Verbindingen: gehelen en geen gehelen, samenkomend, zich afzonderend, samenklinkend uiteenklinkend; uit alles één en uit één alles.” “Het strijdige samenkomend en uit het zich afzonderende de schoonste harmonie.” (Heraclitus, Fragmenten. Bezorgd, vertaald en toegelicht door J. Mansfeld, Atheneaum-Polak&Van Gennep, Amsterdam, 1987, p. 38.)
“De evolutie van het heelal is […] een zelfontplooiing van de substantie, die geheel en al berust op de interferentie van de aanwezige trillingen. Deze interferentie leidt eerst tot de differentiatie van het homogene veld in discrete quanta, maar vervolgens gaan die quanta ook weer interfereren, waardoor ze opgaan in grotere complexen, zoals atomen en moleculen. In het totale evolutieproces, zijn dus twee deelprocessen te onderscheiden, die eigenlijk enigszins tegenstrijdig lijken, namelijk differentiatie en integratie. Deze tweedeling vindt men op alle niveaus van de evolutie: zo ontstaan bij de biologische evolutie enerzijds steeds meer nieuwe soorten en variëteiten, maar anderzijds vindt een sterke integratie plaats van vele onderdelen (weefsels, organen en dergelijke) tot één organisme. Bij de sociale evolutie ontstaan er enerzijds tal van verschillende individuen, maar anderzijds worden deze allemaal geïntegreerd in één leefgemeenschap. Differentiatie en integratie zijn dus niet tegengesteld, maar vullen elkaar juist aan.” (P.J. Zwart, Het wezen van het zijn. Aard en opbouw van de natuur vanuit wetenschappelijk en filosofisch perspectief, Het Spectrum, Utrecht, 1988, p. p. 239.)
Beste Benedict,
Ik weet niet of een fysicus met "een dialectiek van tegengestelde en complementaire krachten" uit de voeten zou kunnen. Hoe schrijf je dat op in de wiskundige vorm waarin de natuurwetten zijn geformuleerd?
Vervolgens heb je het over een constructieve balans tussen egoïsme / narcisme en het sociale. Wat heeft dat nou weer met natuurkrachten te maken?
En het schijnt dat P.J. Zwart een reeks boeken heeft geschreven over wetenschap en filosofie, maar ik weet niet wat ik me bij "zelfontplooiing van de substantie" moet voorstellen, laat staan bij wat er op volgt. Welke substantie? En wat houdt die ontplooiing is? En over welk homogeen veld heeft hij het? Hij zal toch niet het quantum foam bedoelen dat het substraat vormde van de ontwikkeling van het heelal? Want hoe homogeen is dat?
Het klinkt allemaal prachtig, daar niet van, maar ik kan er weinig mee. Zal wel aan mij liggen. Ik heb toch het liefst uitspraken waar je toetsbare conclusies uit kan trekken.
Kweetal,
is dit tenslotte je adagium, zoals het ethische nominalisme dit bedoelt? Zijn er maw. geen zedelijke gegevenheden? Is goed en slecht slechts een willekeurige bepaling en duiding van feiten, die op een soort maatconventie van menselijke handelingen teruggaat - zoals bij een conventie over maateenheden in de fysica?
Bezien we namelijk even kort een theorie, die men hierover opgesteld heeft. Die leert, dat er echte vervullingen van de woorden goed, moedig, berouw enz. zonder meer niet bestaan, noch in de betekenissfeer (Plato), noch ook elders, maar dat het daarbij om menselijke v o n d s t e n gaat, die oorspronkelijk alleen in de woorden van de taal een bestaan hebben., in woorden die in dit geval helemaal niet in een intentionele functie gebruikt worden, maar alleen als u i t d r u k k i n g van gevoelens, affecten, interessen, begeerakten. Deze opvatting is het meest radicaal door Thomas Hobbes vertegenwoordigd geworden. Ook vele opvattingen van Fr. Nietzsche zijn aan deze redeneerwijze schatplichtig, bijv. zijn stelling: "Es gibt keine moralischen Phänomene, sondern nur eine moralische Ausdeutung von Phänomene".
Ja er bestaat filosofie, die zelfstandige betekenisakten, die met de bijbehorende woorden verbonden en in het zintuiglijk en nietzintuiglijk aanschouwde vervulbaar zijn, ook bij de meest eenvoudige theoretische uitspraken loochent. Die betekenis -objectief- met de toepassingsregel van een identiek symbool/woordteken op zintuiglijk gegeven feiten gelijkstelt. Ook bij de uitspraak 'dit is rood' wordt met het woord 'rood' helemaal geen bijzondere betekenisakt verbonden, die zich dan in het kijken naar of voorstellen van deze kleur vervult; ook hier is alleen dit zintuiglijke rood zelf en het uitspreken van de acoustische klankcomplexen gegeven, die eerst geheel betekenisloos zijn, die echter doordat ze met deze zintuiglijke inhoud vast verbonden raken en bij zijn terugkeer steeds opnieuw opgeroepen worden, die functie verkrijgen, die wij betekenis van het woord 'rood' noemen.
Jammer wel ergens, dat Barth zich nooit meer ergens mede bemoeit. Misschien heeft dit met zijn gezondheid te maken.
---
Bewerkt door wildjan op Apr 25 12 6:18
Beste Wildjan,
Natuurlijk zijn er zedelijke gegevenheden, namelijk de instincten waar ik het over heb. Die sturen je in een bepaalde richting qua gedrag, en die geven een koers aan qua morele voorschriften, zoals ik schrijf. Maar natuurlijk heeft niet iedere diersoort de zelfde instincten.
Het probleem is: of je zegt dat dieren geen moraal hebben, maar dan hebben de eerste mensen die ook niet. Of je zegt dat de eerste mensen een moraal hadden, maar dan hebben sommige dieren die ook, en andere niet.
Zie http://www.ted.com/talks/lang/nl/frans_de_waal_do_animals_have_morals.html
Of je zegt dat alle dieren een moraal hebben, maar dan zijn er veel verschillende moralen op de wereld.
---
Bewerkt door Kweetal op Apr 25 12 10:08
Beste Kweetal,
Het lijkt mij zeer wel adequaat te zeggen, dat we een proces bewonen waarin delen zich samenvoegen tot gehelen, en waarin gehelen uiteenvallen in delen, en dat in het constructief samenwerken van beide bewegingen ‘universum’ ontstaat, althans: quarks, atomen, moleculen, planeten, sterren, biotopen, culturen, steden, religie, filosofie, wetenschap en kunst; dat vervolgens dit samenwerken in het algemeen constructief is in een evenwichtig toewerken van beide processen, van dus niet teveel het samenvoegende maar ook niet teveel het uiteenleggende, naar kwaliteit, naar volheid van leven, volheid van bestaan; en dat het daarmee een orde betreft die denkbaar is de basis te vormen van het hele bereik van quarks tot en met menselijk bewustzijn en cultuur, en op basis waarvan wij mensen onszelf als deelsysteem harmonisch kunnen invoegen in het grotere systeem van de natuur.
De citaten van Heraclitus en Zwart bedoelde ik als illustratie van de zojuist genoemde fundamentele processen. Je kan er analytisch op inbreken met allerlei min of meer terechte vragen, maar een voorgesteld patroon heeft maar kans te worden waargenomen bij ook een alert zijn op overeenkomsten. Ik heb hier nog enkele citaten waarin meer wordt ingegaan op hoe de geschetste processen werkzaam zijn in brein en bewustzijn en samenleven en moraal:
“… de integratie binnen, bijvoorbeeld, de visuele hersengebieden eist een duidelijke prioriteit boven de integratie tussen het visuele en het auditieve … of het verbale. De diverse functionele regio’s, zoals de zintuiglijke regio’s, geven aan de eigen analytische en synthetische verwerking van de binnenkomende prikkels voorrang boven een verder proces van algehele integratie. Alle deelgebieden kennen zo’n eigen analytische en synthetische verwerking…” (Jan van Riemsdijk, De wonderen luisteren naar de wetten. Elementen van een neurofilosofie, Kok Agora, Kampen, 1997, p. 151.)
“Voordat er harmonie kan zijn, moet er verschil zijn. De meest fundamentele observatie die men kan maken wat betreft het waarneembare universum, is dat er op alle niveaus krachten zijn die neigen naar samenhang en eenwording, en krachten die neigen naar ontbinding en isolatie. De spanning tussen beide lijkt een onvervreemdbare conditie van het bestaan, ongeacht het niveau waarop men haar beschouwt. De hemisferen van het menselijk brein, zo denk ik, zijn een expressie van deze noodzakelijke spanning.” (Iain McGilchrist, The Master and his Emissary. The Divided Brain and the Making of the Western World, Yale University Press, New Haven and London, 2009, p. 128.)
“Uiteindelijk zullen het beginsel van scheiding (dat van de linker hemisfeer) en het beginsel van vereniging (dat van de rechter hemisfeer) verenigd moeten worden: in de woorden van Hegel, de these en de antithese moeten in staat worden gesteld een synthese te bereiken op een hoger niveau.” (Iain McGilchrist, The Master and his Emissary. The Divided Brain and the Making of the Western World, Yale University Press, New Haven and London, 2009, p. 198.)
“Ik waarschuw voor utopische mensbeelden. Ze verabsoluteren een bepaald aspect van de mens. Het kapitalisme verabsoluteert het voor jezelf opkomen, het communisme de gemeenschapszin. Dat is gevaarlijk. Men moet maat houden.” (Hans Achterhuis in: Vrij Nederland. Filosofie special, 2 april 2011, p. 43.)
”… we kunnen ons geen wereld indenken die wezenlijk verschilt van de huidige en tegelijk beter is.” “Fukuyama gaat ervan uit dat er na de val van het communisme geen andere toestand van de geschiedenis meer denkbaar is dan die van de burgerlijke rechtsorde, waarin de eisen van het individu enerzijds en de eisen van het algemeen belang anderzijds tot een kennelijk niet te overtreffen synthese hebben geleid.” (Francis Fukuyama, Het einde van de geschiedenis en de laatste mens, Contact-Olympus, 1992, p. 72; Konrad Paul Liessmann, De grote filosofen en hun problemen, Lemniscaat, Rotterdam, 2000, p. 117.)
De hier voorgestelde samenhang vormt al enige tijd mijn favoriete hobby, maar ik ben mij er zeer wel van bewust dat elk voorstel van een dergelijke samenhang maar als zodanig wordt begrepen, in zoverre het overeind blijft in niet aflatende pogingen tot weerlegging. Als het al überhaupt wordt waargenomen in een filosofisch denkklimaat, dat eerder gericht lijkt te zijn op analyse en deconstructie dan op synthese en patroonherkenning. In ieder geval is een uitgebreide beschrijving ervan te vinden op internet: http://www.aosbenm.nl/
Beste Benedict,
Je hebt het over weerlegging, maar ik zie niet wat het geval moet zijn, wil jouw verhaal weerlegd worden. Delen die zich samenvoegen tot gehelen, gehelen die uiteen vallen in delen. De werkelijkheid hangt nergens labels aan met "deel" of "geheel" er op. Wij zijn het die delen en gehelen onderscheiden, en het bepaalt onze manier van kijken. Met andere woorden: 'deel' en 'geheel' zijn concepten die ons uitgangspunt bepalen, het zijn woorden waarmee wij de werkelijkheid beschrijven, en als zodanig zijn ze niet weerlegbaar. En een beschrijving van de werkelijkheid andere termen zou geen weerlegging zijn, maar alleen een beschrijving vanuit een ander uitgangspunt.
---
Bewerkt door Kweetal op Apr 26 12 3:57
Beste Kweetal,
Ja dat klopt, en ik denk dat je voor een denken in delen en gehelen helemaal terug moet gaan tot Aristoteles, die daar een serieuze zaak van maakte. Maar het lijkt bruikbaar. Je doet het en je komt er verder mee. Zie de huidige stand van de wetenschap. We onderscheiden en we integreren. We onderscheiden enorm veel details, aspecten van werkelijkheid, waarnemingen, feiten, vermoedens. En we integreren, en komen zo tot samenhangen, wetten zelfs, waar we behoorlijk zeker van zijn, hoezeer ook provisioneel het allemaal is. Zoals de werkelijkheid zich op dit moment laat vermoeden, zijn er helemaal geen delen en gehelen, maar is er steeds maar een groot zich ontwikkelend geheel waar we tegenaan kijken en deel van zijn. Er is geen werkelijke kloof tussen onszelf en het universum. Of het zou zo moeten zijn dat je die kloof werkelijk wil denken. Of dat je dat zo ervaart. Veel moderne filosofie wordt getekend door die kloof. Typisch westers: ik hier, wereld daar. De samenhang die ik suggereer, die lijkt er werkelijk te zijn. Althans, metafoor, de wereld is als een boom, waarvan ik de structuur bezie van stam en takken, en ik zie daar vooralsnog geen anomalie, iets geks, iets dat niet past in het plaatje, als een tak die gezaagd is en geschaafd, hoekig. Dat zou mij verontrusten. Dan zou ik zeggen, ja, het zit toch echt helemaal anders. Maar ik zie dat niet. Vooralsnog.
Beste futurosoof,
Ik heb me de vrijheid gepermitteerd om jouw bijdrage te verwijderen, precies om de redenen die ik eerder heb gegeven voor het verwijderen van commentaren: te lang en niet relevant. Als je vindt dat je een eigen boodschap hebt om uit te dragen, doe het dan in een eigen blog, en niet in een discussie over een andere blog.
---
Bewerkt door Kweetal op Apr 30 12 12:32
Beste Kweetal
Gelijk heb je. En bedankt voor het advies.
In grote lijnen kan ik me wel vinden in je betoog.
W.b. de verhouding tussen gevoel en verstand bij moraal lijkt me enige nuancering wenselijk.
'Wat ze ons vooral laten zien is dat het niet de ratio is die normen stelt, maar het gevoel. Want we worden geboren met een sociaal instinct. En in plaats van dat te ontwikkelen, proberen we het te onderdrukken.'
Bij de apen die de Waal beschrijft, is er - als ze in een sociale omgeving opgroeien - neen balans tussen het eigenbelang en het belang van de eigen groep.
De werking van de emoties is dan inderdaad erg belangrijk. Ze worden blij als de ander blij is en verdrietig als de ander verdrietig is en willen de ander dan troosten.
Is het een aap van een andere groep, dan worden ze juist blij als het slecht met de andere aap gaat en balen als de ander blij is.
Kortom, het is wat veel gezegd, dat wij zo sociaal geboren worden.
We hebben zowel sociale als asociale mogelijkheden en onze ontwikkeling bepaalt hoe we worden.
Dus kun je, denk ik, niet zomaar zeggen, dat 'het niet de ratio is die de normen stelt maar het gevoel'.
Zoals je al schreef . 'Hij (de profeet) verkondigt dat je je dient te gedragen alsof iedereen je broeder is. Als je dat niet doet, zal het slecht met je gaan.'
Daar stelt de ratio toch de norm, tegen de natuurlijke emotionele neiging in - en terecht.
Je bent het kennelijk eens met De Waal dat het sociale gedrag uiteindelijk erop gericht is dat het goed met jezelf gaat. En met Bolkestein : moraal is een zaak van welbegrepen eigenbelang.
En met de Dalai Lama: er zijn dwaze en wijze egoïsten (En met de Wet van Socrates.)
Beste futurosoof,
Mensen zijn groepsdieren. Ze zijn afhankelijk van de groep waarin ze leven. Het mee leven met de leden van die groep zit hun in de genen. Maar het meeleven met andere groepen niet. En dat is heel begrijpelijk, omdat een groep een territorium nodig heeft van een bepaalde grootte, om te kunnen overleven. Komt er een andere groep op jouw territorium, dan bedreigt die jouw voortbestaan, en dus probeer je met je groepsgenoten de indringers te verdrijven. Dat is wat ons instinct ons zegt, via ons gevoel.
Dank zij de rede, en de moraal die daaruit voortkomt, hebben we de grootte van de 'eigen' groep stap voor stap kunnen vergroten, van stamgenoten naar stadsgenoten naar landgenoten tot uiteindelijk mede-wereldburgers. Maar het besef dat we met anderen rekening moeten houden, komt oorspronkelijk voort uit ons sociale instinct.
Hoi Kweetal
Wikipedia:
Een instinct is een soortspecifiek en erfelijk vastgelegd gedragspatroon, waarbij ervaring of leren geen rol speelt. Het instinct van een organisme is genetisch vastgelegd, waarbij specifieke actiepatronen (stimulus-respons) optreden als een gebonden keten van reflexen (Eng: fixed action patterns), bijvoorbeeld de reacties van een spin op specifieke trillingen in haar web. Ook het bouwen van een spinnenweb is een zeer goed voorbeeld van instinctief gedrag.
In de literaire betekenis is een instinct een onbewuste aandrang of een voorvoelen van gebeurtenissen en kan het beschouwd worden als een primitieve (dierlijke) vorm van intuïtie. Bij een instinct is sprake van een resulterend gedragspatroon (voorbeeld:instinctief draaide hij zich om en hief hij de armen op). Bij intuïtie wordt meer gedoeld op het innerlijke gevoel.
De term instinct lijkt me niet zo passend bij moreel gedrag bij dieren.
Denk bijvoorbeeld aan de aap bij de Waal, die een vogel helpt, zoals een vogel geholpen moet worden.
Bij mensapen speelt bij moreel gedrag heel veel denkwerk een rol.
In hoeverre dat denkwerk het rationeel gedrag maakt, weet ik niet zo.
Ik denk dat we in het licht van de Waal en neurologisch onderzoek ons begrippenapparaat aan moeten passen.
Maar heb daar nog geen heldere invulling bij.
Jeroen
Beste Futurosoof,
Heb je je ooit afgevraagd waarom sommige dieren in groepen leven en andere niet? Komt dat omdat ze er redelijk over hebben nagedacht en tot verschillende conclusies zijn gekomen? En dan zijn toevallig ook nog alle soortgenoten tot dezelfde conclusie gekomen. Nee, de rede is, zoals Hume al zei, een slaaf van de passies. De rede probeert dat te bewerkstelligen waar het gevoel naar verlangt.
En wij mensen hadden die rede nodig om in grotere verbanden te kunnen leven dan we van nature al deden. Onze moraal stamt dus uit de tijd dat we in steden zijn gaan wonen, zoals ik al schreef. Zie o.a. "De grote transformatie" van Karen Armstrong.
Beste Kweetal
Misschien een goed moment om het begrip behoeften er in te betrekken.
Dan sluiten we iets meer aan bij empirische wetenschap, dan met het begrip passie.
En ja, je hebt gelijk dat we in eerste instantie vanuit behoeften/passie leven.
Maar de uitspraak, dat de rede de slaaf is van de passie/behoeften, zou ik toch niet voor mijn rekening nemen.
Slaven hebben niet de positie en misschien ook niet de neiging hun meester te corrigeren. En dat is toch deels wel een/de functie van de rede: spontane impulsen tegenhouden, vanwege nadelige gevolgen die het kan hebben en die de 'rede' overziet.
Het gaat juist fout als de ratio gecorrumpeerd wordt door emoties.
Ook het begrip rede lijkt me trouwens aan herziening toe.
kom er nog op terug
Natuurlijk is er verschil tussen het denken van moderne mensen en dat van mensapen.
Beste Futurosoof,
Voordat je nou zelf van alles gaat verzinnen, zou ik je aanraden om eerst eens het boek "Het morele instinct"van Jan Verplaetse te lezen. Ik denk dat dat een hele hoop vragen zal beantwoorden.
Beste Kweetal
Bedankt voor de leestip
De wetenschappelijke definitie van instinct, zoals Wikipedia hem geeft en zoals ik hem ken uit mijn psychologiestudie, is helder en beknopt: standaard reactie op stimuli. Het instinct heeft geen leervermogen.
Gebruikt Jan het begrip anders? En zo ja is daar ook een beknopte heldere omschrijving van te geven?
De 'literaire betekenis van instinct' (Wikipedia), intuïtie, kan met Aristoteles, ook wetenschappelijk omschreven worden als 'ervaring'.
Die ervaring heeft zowel genetische als culturele elementen en daarnaast fysieke, emotionele en rationele/mentale/redelijke/verstandelijke elementen.
Maar als je de dialoog liever beëindigt, dan is dat ook best, hoor.
Beste Kweetal,
Je hebt het over ‘toetsbare conclusies’ en dat het door mij geponeerde niet weerlegd zou kunnen worden, wat in mijn beleving nogal onzinnig is omdat ik mij juist zoveel als mogelijk baseer op wetenschappelijke inzichten. Maar ik ga er dus van uit, en onderschrijf eigenlijk daarmee je artikel, dat moraal minstens zozeer natuur is als cultuur, of dat moraal in formele vorm (bijv. de Tien Geboden) een product is van complexe cultuur, complexer dan die van de jager-verzamelaar, maar dat het onderliggende gedrag – balans tussen zelfzuchtig en sociaal -- dieper gaat dan dat en aanwijsbaar is bij bijvoorbeeld apen (De Waal). Vervolgens wijs ik er op dat het hier mogelijk is een generalisatie te denken van delen en gehelen en daarmee van samenhangende processen van ontbinding en integratie, op basis waarvan complexiteit mogelijk is, in natuur en cultuur, en op basis waarvan zich ook kwaliteit manifesteert, in de zin van volheid van leven, grote biodiversiteit, grote welvaart, creativiteit, moraliteit, enzovoort. Waarmee dus cultuur gezien wordt als een vorm van natuur, en zich ontwikkelend volgens hetzelfde algemene als de natuur.
Is dit een vreemde idee? Een niet van deze wereld metafysica? Of totaal in zweverigheid losgeslagen esoterie? Volgens mij gaat het hier over een idee die lange tijd en bij uitstek de filosofische idee was en waarover nog Immanuel Kant schrijft als ware het een orde of plan dat ons en onze cultuur in essentiële zin verbindt met de natuur en volgens welke het ons mogelijk is te gedijen in die natuur. Hij schrijft namelijk: “Men kan de geschiedenis van de menselijke soort, heel ruim genomen, zien als de voltrekking van een verborgen plan van de Natuur, om een innerlijk volkomen — en daarom ook een zich uitwendig manifesterende — staatsordening tot stand te brengen, als de enige toestand waarin die Natuur al haar mogelijkheden in de mensheid ten volle ontwikkelen kan.” Imm. Kant, Werke, uitg. Suhrkamp, XI, p. 45; citaat overgenomen uit: J. Van der Veken, Denken aan al wat is. Een hedendaagse fundamentele wijsbegeerte, Universitaire Pers Leuven, 1986, p. 136.
Wat betreft ‘toetsbare conclusie’ en ‘weerlegbaar’… Het zou mij zeer verwonderen als er in de natuur (dus inclusief cultuur) iets is aan te treffen dat niet bestaat op basis van het in elkaar grijpen van processen van integratie en ontbinding, en dat alsnog zich manifesteert als met complexiteit, laat staan met kwaliteit en levendigheid. Een zwart gat bijvoorbeeld, is misschien te denken als een extreem van integratie, hoewel meer van puur convergentie - en betreft het complexiteit, levendigheid? Omgekeerd is een supernova te denken als een extreem van ontbinding - maar steekt daarin complexiteit, levendigheid? Processen van zelforganisatie als het groeien van een boom, een stad, het schrijven van een tekst, het zijn heel algemeen processen van samenwerken van, zoals Heraclitus zei, ‘uiteengaan’ en ‘samenkomen’, en met daarin het verschijnen van iets, een boom, een cultuur, een gedicht.
@ Benedict
'Een verborgen plan' sluit ik niet uit, maar daar kan wetenschap weinig over zeggen, lijkt me.
Wetenschap kan wel uitspraken doen over de kennelijke wens/motivatie tot de Kwaliteit die je beschrijft.
Denken en vervolgens handelen vanuit die wens, leidt tot hetzelfde eindresultaat.
Misschien moeten we in die zin spreken van de bewustwording van het verborgen plan: het is/wordt ons plan omdat wij zo van die beschreven kwaliteit houden.
Bedankt voor de inspiratie.
@ Kweetal
Victor Lamme in De Vrije Wil Bestaat Niet pag 77 bovenaan:
"Traditioneel worden onbewuste reacties gezien als primitief en instinctief. Maar het is intussen wel duidelijk dat het tegendeel eerder waar is. Juist in de snelle reactie op de buitenwereld toont het brein zich de ware meester in het verwerken van informatie. "
Ik bedenk wel eens wat zelf, maar verreweg het meeste praat ik ook maar na.
:Derkse spreekt in zijn oratie, http://www.thomasmore.nl/nieuws.php?artikel=53 , over intuïtief weten, verwijst daarbij naar Aristoteles, maar zegt dan ook, al dan niet op grond van ervaring.
Dat er soms intuïtief weten is zonder eerdere ervaring, vermoed ik ook wel, maar dat wordt binnen de huidige grenzen van de wetenschap wel lastig om daar wetenschappelijke uitspraken over te doen.
Jeroen
Beste futurosoof,
Als ik het over instincten heb, bedoel ik niet het intuïtieve denken. Ik bedoel dat wat de Engelsen 'drives' noemen, door emoties gedreven neigingen. De neiging van heterosexuele mannen om spontaan mooie vrouwen te omhelzen of de neiging van bijna iedereen om teveel roomsoezen te eten. Dat soort dingen. En dus ook de neiging om op te komen voor je groepsgenoten.
Beste Kweetal
Het staat je vrij er je eigen terminologie op na te houden.
Ik sluit liever aan bij wat in de wetenschap gangbaar is.
Jeroen
Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen
Aanmelden of Registreer plaats een reactie