Geconstrueerde werkelijkheid

In de blog: Wereldvreemd reacties: 24 pdf print

werkelijkheidDe werkelijkheid is wat er is. Alles om je heen is werkelijkheid. En zelf maak je er ook deel van uit. De werkelijkheid omvat alles. En niets valt er buiten. Er zijn geen onwerkelijke dingen. Buiten de werkelijkheid bestaat er niets. Maar als dat zo is, waarom hebben we daar dan een aanduiding voor nodig? Wat is het nut van het woord “werkelijkheid”?

Woorden zijn er om onderscheid te maken. Woorden verdelen de wereld in compartimenten. Een struik is niet een boom. Een plant is niet een dier. Hier is niet daar. En ik ben niet jij. Zo werken woorden. Ze vertellen zowel wat iets is als wat het niet is. Maar is er dan iets dat onwerkelijk is? Hebben wij de behoefte aan een scheiding tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid? Zo niet, kunnen we dat woord dan niet beter afschaffen?

Als we iets onwerkelijk noemen geven we daarmee aan dat het geen deel uitmaakt van de wereld der dingen. Maar waar hebben we het dan over? Dat 'iets' dat onwerkelijk is kan dan alleen maar een aanduiding zijn zonder inhoud. Een woord, een idee, maar niet een ding. Dus als we het over de werkelijkheid hebben, hebben we het over dat wat echt bestaat, en niet over iets dat we hebben verzonnen.

Het begrip “werkelijkheid” is dus een aanduiding van het feit dat we in twee werelden leven: de wereld van onze zintuiglijke ervaring en de wereld van onze verbeeldingskracht. Eigenlijk leven we in vele werelden, want onze verbeeldingskracht is in staat om ons vele verschillende werelden voor te spiegelen. Daarbij hoort ook een wereld achter de ervaringswereld, namelijk de wereld van de veronderstelde mechanismen die die wereld aandrijven. En eigenlijk is ook dat niet één wereld, want we kunnen onze ervaringen op veel verschillende manieren bekijken.

De fysische benadering beschrijft de werkelijkheid vanuit de werkelijkheid zelf, als een verslag van hoe het voor de werkelijkheid is om de werkelijkheid te zijn. Maar er zijn andere benaderingen, zoals die welke uitgaan van menselijke wensen en doelen, of de wensen en doelen van andere wezens, zoals goden. Je kunt de werkelijkheid ook benaderen op een fenomenologische manier, dus vanuit de verschijnselen zoals die zich voordoen aan het menselijke subject, en proberen te beschrijven hoe het voor mensen is om die werkelijkheid te ervaren.

Die twee benaderingen geven al aan dat “werkelijkheid” een problematisch begrip is. Je kunt het opvatten als het geheel van wat je ervaart, maar ook als datgene wat bestaat en dat niet jou is. Die twee werkelijkheden noemde Immanuel Kant respectievelijk de fenomenale werkelijkheid en de noumenale werkelijkheid, waarbij hij aantekende dat we alleen toegang hebben tot de fenomenale werkelijkheid, en niet tot de noumenale werkelijkheid. Toch proberen we ook die noumenale werkelijkheid inhoud te geven. We proberen de fenomenale werkelijkheid te begrijpen door er nog een werkelijkheid achter te veronderstellen. En die wereld bevolken we met behulp van onze geest. Daarmee bedenken we krachten en energieën, of goden en wonderen.

Volgens Kant is het voor ons onmogelijk om de noumenale wereld te kennen. Maar als we die opvatten als de bron van de fenomenen kunnen we er wel een eigen realiteit aan toeschrijven. We creëren zo in feite een nieuwe werkelijkheid, bepaald door krachten, energieën en grootheden. En vanuit die werkelijkheid kunnen we dan weer naar onszelf kijken. Wat zijn de krachten en energieën die ons bewegen? Wat zijn de grootheden die ons bepalen? Wat is het dat ons maakt tot wat we zijn en ons laat doen wat we doen? Dat zijn de vragen die de cognitieve en neurowetenschappen proberen te beantwoorden. En ze doen dat vanuit een geobjectiveerde wereld, de wereld van de wetenschap.

Maar ze doen dat niet vanuit de noumenale wereld. Wat ze doen is de mens construeren vanuit een geconstrueerde wereld. Een dubbele constructie dus. Eerst construeren ze een objectieve wereld, ter vervanging van de ontoegankelijke noumenale wereld. En dan construeren ze vanuit die objectieve wereld de wereld van het subject en zeggen dan “ecce homo”, zie wie je werkelijk bent. Maar in plaats van de werkelijke mens tonen ze ons een dubbele onwerkelijkheid, een werkelijkheid bedacht vanuit een bedachte werkelijkheid. Een 'virtual reality' in een 'virtual reality' dus. Wat ze ons tonen is niet wie we zijn, maar hoe wij werkelijkheden construeren.


Reacties (24)

   

Daar benader je mens zeer zeker mee.

Dat is een tenslotte materialistische denkinhoud die hem van binnen beweegt, maar hij zal zich daar met idealistische scrupules buiten vanaf schermen: dat ben ik niet. Hij zegt gewoon dat zijn eigen egoisme nog niet half zo erg is als dat van de anderen.

   

Wat is de werkelijkheid die (be)vatbaar is voor hersenen? Uit onderzoek blijkt dat zelfs duiven in staat zijn hun wereld te catalogeren. Een duif kan perfect het onderscheid maken tussen een boom en andere objecten met boomachtige kenmerken. De wereld indelen in categorieën blijkt geen menselijke eigenschap te zijn. Dieren blijken in staat te zijn hun leefwereld in te delen in categorieën. Zo blijken duiven categorieën te hanteren voor: bepaalde individuen of mensen met een bepaalde emotionele uitdrukking, vissen, meertjes en rivieren, alfanumerieke tekens, bloemen, auto's en blaadjes van witte eikenbomen. Hun niveau in nauwkeurigheid komt overeen met dat van mensen bij het snel indelen van de stimuli. Maar duiven zullen wel problemen ondervinden met denkbeelden als een koffiekop, vervoermiddel met 4 wielen. Bovendien leren ze makkelijker de letter A te herkennen en te onthouden dan het cijfer 2, enz...
De wereld waarin we leven wordt dus voor een flink deel (afhankelijk van de leefomgeving en leefsituatie) gedeeld met die van verschillende dieren. Als we weten dat het kunnen indelen in categorieën nodig is voor taal, dan blijken vele concepten over de werkleijkheid al aanwezig te zijn in dierenhoofden, nog voor de mens verscheen als intelligente soort met een ingewikkeld taalvermogen.


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Mrt 08 12 9:59
   

Beste Stefan,

Ja, zelfs een amoebe kan bepalen in welke richting zich een lekker hapje bevindt. Maar wat wil je daar allemaal nou mee zeggen? Ik had het bij mijn weten helemaal niet over het indelen in categorieën. Ik had het erover dat mensen hun subjectiviteit proberen te begrijpen vanuit een geconstrueerde objectiviteit. Had je daar problemen mee?

   

De menselijke scheppingsdrang creëert een objectieve wereld om dat wat de mens ziet, hoort en voelt een zin te geven. Vervolgens wordt die objectieve wereld tot norm verheven. En van daaruit wordt de menselijke scheppingdrang ontkend. "Wij zijn ons brein" / "De vrije wil bestaat niet". Iemand die zo over menselijke drijfveren kan oordelen, moet wel bovenmenselijk zijn.


---
Bewerkt door Kweetal op Mrt 09 12 6:22
   

Beste Kweetal,

Waarom schrijf je "De menselijke scheppingsdrang creëert een objectieve wereld om dat wat de mens ziet, hoort en voelt een zin te geven" ?

Ik denk dat we met objectieve wereld bedoelden de fenomenen waarvoor we geen "zin" nodig hadden om ze te beschrijven/begrijpen.
De uitspraken die los staan (of toch zoveel mogelijk) van één of andere zingeving.
Of misschien moet ik niet zeggen uitspraken, maar betekenissen van uitspraken. Die betekenissen van uitspraken, die hetzelfde zijn los van het feit of iemand atheïst/katholiek/protestant/nihilist etc. is.

Het is omdat ik intuïtief die visie op de objectieve wereld deel, dat ik nerveus wordt als ik iemand "objectief" over "wij" of over "vrije wil" hoor spreken. Het lijkt me heel moeilijk om de betekenis van zulke begrippen helemaal van zin te ontdoen. En mocht dat toch lukken, dan is het zeer de vraag of die objectieve vrije wil nog overeenkomt met de betekenis(sen) die we doorgaans aan dat begrip koppelen. Misschien is de wetenschappelijke vrije wil de vrije wil niet.

Met vriendelijke groet,

Aliaspg

   

Beste aliaspg,

Kun je nagaan hoe de religieuze ondergrondse ons taalgebruik al heeft beïnvloed. Het woord "zin" is in feite een heel neutraal woord, een soort synoniem voor "betekenis", al heeft Frege die twee van elkaar ontkoppeld. Ik dacht dus helemaal niet aan religeuze zingeving. Ik dacht meer aan het zoeken naar verklaringen. De natuurkunde construeert een wereld van krachten, energieën, massa's en andere grootheden die maken dat er gebeurt wat wij zien, horen en voelen. Het is de natuurkunde en de andere wetenschappen die proberen een objectieve wereld te construeren waarin de mens geen rol speelt. Maar laten we niet vergeten dat die wereld een menselijke constructie is. En vanuit die constructie probeert men dan de mens te begrijpen.


---
Bewerkt door Kweetal op Mrt 09 12 11:06
   

Beste kweetal lees eerst wat je zelf aangeeft:

"Dat 'iets' dat onwerkelijk is kan dan alleen maar een aanduiding zijn zonder inhoud......

Beste Stefan,

Blijkbaar heb je totaal niet begrepen waar mijn stukje over gaat.


---
Bewerkt door Kweetal op Mrt 10 12 8:42
   

Sedert wanneer verandert men hier onder mijn naam commentaren? Is hier sprake van ongeargumenteerde manipulatie?


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Mrt 11 12 12:09
   

We kunnen inderdaad onze waarnemingen enkel beschrijven vanuit een gekende zintuigelijke werkelijkheid. Dit maakt dat er over de noumenale wereld geen zekere uitspraken kunnen gedaan worden. Als we enkel onze zintuigelijke waarnemingen en cognitieve analyses als betrouwbaar beschouwen dan zou je kunnen stellen dat alles wat kan gedacht worden bestaat en dat voor elke werkelijkheid ook een tegenstelling bestaat die wij onwerkelijkheid noemen en dat het verwoorden hiervan op zich voldoende bewijs is van zijn bestaan. Het nut van de onwerkelijkheid vind je in zijn tegenstelling nl. de werkelijkheid.

   

Er zijn oneindig veel meer onwerkelijkheden dan werkelijkheden.

   

Beste Epicurian,

Het zal wel aan mij liggen, maar als je schrijft "Als we enkel onze zintuigelijke waarnemingen en cognitieve analyses als betrouwbaar beschouwen dan zou je kunnen stellen dat alles wat kan gedacht worden bestaat" ben je me kwijt.

Over welk soort bestaan heb je het? Bestaan als gedachte?

Mvg,

Aliaspg

   

"Ja, zelfs een amoebe kan bepalen in welke richting zich een lekker hapje bevindt. Maar wat wil je daar allemaal nou mee zeggen? Ik had het bij mijn weten helemaal niet over het indelen in categorieën. Ik had het erover dat mensen hun subjectiviteit proberen te begrijpen vanuit een geconstrueerde objectiviteit. Had je daar problemen mee?"

Dat is nu juist wat ik aangeef: naarmate zintuigen, zenuwstelsels, breinen complexer worden zal het 'breinbeeld' dat gevormd worden meer en meer ingedeeld worden volgens categorieën. Duiven hanteren al concepten,net als mensen. Alleen zullen mensen die meer expliciet verwoorden via taal. Dat betekent dat de werkelijkheid zoals die benoemd wordt in categorieën en concepten en door abstractie van de werkelijkheid al aanwezig moet zijn voor de mens verscheen. Dino's kenden dus waarschijnlijk ook al 'bomen' als een stuk van hun werkelijkheid nog voor mensen dat konden aanduiden en weergeven via woorden als een deel van de wereld.
Vele concepten en woorden die de werkelijkheid beschrijven zoals mensen dat doen, bestonden dus al zeer waarschijnlijk veel eerder in menig dierenbrein gekruid met de nodige emotionele inhoud om te kunnen overleven. Voor mij lijkt het vanzelfsprekend dat koeien perfect weten wat 'gras' is. Zeer waarschijnlijk zullen koeien ook nog soorten gras en weiden kunnen onderscheiden en daar een ' specifiek concept' aan toekennen. Ik vrees dat breinen niet erg in staat zijn een een 'noumenale wereld' volkomen los van zintuigelijke ervaring te kennen. Voor een koe zal gras een analoge betekenis hebben met die van de mens, maar omdat koeien nu eenmaal gras eten, zullen ze daar nog andere betekenissen aan toekennen dan gras bij mensen. Stel dat de mens ooit er in slaagt technologisch denkbeelden zichtbaar te maken en zo zelfs dromen zichtbaar maken, wat zou dat dan niet kunnen betekenen als we dat ook bij andere dieren kunnen doen. Misschien begrijpen we dan beter de leefwereld van andere organismen en zo ook die van ons en van onze medemens. Nu moeten we vaak onze verbeeldingskracht en empathisch vermogen ontwikkelen om beter te begrijpen hoe een ander mens denkt en voelt en dan heeft menig mens daar nog veel last mee om te leren omgaan met een subjectieve andere ik.

Trouwens het concept 'noumenale wereld' waar schiet je daarmee op? Mischien moeten we het eens de koe vragen, want vele filosofen weten het ook niet. Mensen zijn erg creatief in het bedenken van schijnconcepten zonder enige samenhang met de zintuigelijke wereld maar die toch enkel denkbaar zijn omdat ze niet denkbaar zonder die zintuigelijke wereld 'gekend' door vele breinen van vele levende organismen. Iets dat naar niets verwijst omdat er iets is , is dat eigenlijk iets of een zinloos iets waar mensen eender wat kunnen invullen naar believen. Laten we daarom maar pragmatisch blijven en het houden bij de fenomenale wereld. Die is al moeilijk genoeg om voor te stellen.


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Mrt 12 12 7:33
   

Beste Stefan,

Je begrijpt nog steeds niet waar het om gaat. Maar intussen demonstreer je in feite precies waar ik het over heb. Je redeneert vanuit een objectief, wetenschappelijk wereldbeeld. Maar heb je je ooit afgevraagd waar dat wereldbeeld vandaan komt? Met andere woorden: wat was er eerst, de menselijke geest of de objectieve wereld? Ik denk dat jij zult zeggen: de objectieve wereld, maar dan vergis je je.

   

Als je de objectieve wereld beschouwd als de verzameling van alle zintuigelijke indrukken zoals die door levende organisme kunnen ervaren worden, dan is die wel een pak ruimer dan die van de menselijke geest en zelfs die van een menselijk subject. Dus we vragen het de koe, want we weten nu dat ook dieren concepten hebben over de wereld. Trouwens wat mensen onder de wereld verstaan en catalogeren zijn vaak verzameling van de indrukken, ervaringen, onderzoeken en kennis van vele mensen verzameld onder het concept "wereld". Dus lekker vaag, tenzij we het het gaan concretiseren in onnoemelijk vele mogelijke deelconcepten over die wereld.
En omdat we creatief zijn in het interpreteren, onderzoeken van sporen of overblijfselen van de wereld voor ons, kunnen we ons een beeld vormen van die wereld voor zover we die kennen. Maar als we het hebben over hoe mensen die wereld ervaren, dan blijkt de "empathische kennis" en het verzamelen van vele afzonderlijke ervaringen en interpretaties van die wereld al even complex om ze te kennen. En dan moet je nog vaak beroep doen op jezelf als referentie. En dan zal het vaak afhangen van je eerdere ervaring of je kan inkomen in de leefwereld van die andere.
Wat was er eerst? Alvast materie nog voor enig brein in staat was om die vraag te stellen?
Behoren stenen tot de objectieve wereld? Als ik het kon vragen aan al die levende wezens die tussen stenen hebben geleefd, dan zou dat antwoord zeer waarschijnlijk positief zijn. Ik hoef het in elk geval niet te vragen aan de prehistorische mens om de resultaten van zijn creatieve steenbewerkingen te beoordelen. en waarschijnlijk ook niet aan de primaten of dieren die al eens een steen wierpen of lieten vallen voordat er mensen waren. De menselijke geest was alvast niet eerst. Er waren nog eerst andere 'breinen' die leefden in de wereld (van vroeger en nu). Vergeet niet dat de eerste 'goddelijke wezens' eigenlijk vergoddelijkte dieren waren. De goden waren vroeger concreet en later werd god iets abstract. Waarschijnlijk naarmate de mensenwereld ook complexer werd en dus meer behoefte ontstond om deze te benoemen via abstractere begrippen. En de goden van de Grieken, dat waren eigenlijk 'supermensen' een soort vergoddelijkte spiegel van de mensen.
Was het geen oude Griek die ooit beweerde: Als de apen een god hebben, dan heeft die zeker en staart. Later hebben de Joden en de christenen het omgekeerd door te beweren: En God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis. Tevoren was het: En de mens schiep God naar zijn beeld en gelijkenis. En zo maken mensen creatieve noumenale abstracte werelden en concepten. Eigenlijk proberen mensen van die zintuigelijke en fenomenale wereld een zinvolle wereld te maken door er menselijke betekenissen aan toe te voegen. De koe zal dat waarschijnlijk ook met 'gras' doen.


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Mrt 12 12 8:44
   

Beste Stefan,

Zucht........

   

Als je het zo graag binnen 'Kant's visie' bekijkt. Nou ja, dan wordt eigenlijk de 'noumenale wereld' zo'n superabstract en ongrijpbaar kenbaar begrip over de wereld. Persoonlijk vind ik dat een 'overgeneralisatie van de veelzijdige fenomenale wereld zoals vele mensen die kunnen ervaren als zinvol of zinloos, afhankelijk van hun standpunten, interpretaties ) En zo heb je zeer vele abstracte begrippen waar je een heleboel interpretaties, betekenissen opnieuw aan kan kleven. Neem nou zo'n typisch filosofisch woord 'deugd'. In de loop van de filosofische geschiedenis kleven filosofen er telkens een nieuwe visie, kijk of interpretatie aan, omdat nu eenmaal de leefwereld en de wereld rondom ons verandert en een 'herdefiniering' zich opdringt. Zelfs Machiavelli hanteert onder 'deugd' verschillende betekenissen in zijn eerste en later werk. Concepten over de wereld komen, veranderen, gaan , duiken weer op in een nieuw kleedje, enz...

   

Beste Stefan,

Zucht..........

   

Beste aliaspg,

Misschien een iets verkeerde verwoording maar ik probeer enkel aan te halen dat ook de onwerkelijkheid een bestaan kent omdat zij net als de werkelijkheid kan beschreven worden a.d.h.v. zintuigelijke inductie en/of rationele deductie. Het ‘bestaan als gedachte’ is misschien wel een juiste manier om de onwerkelijkheid te plaatsen. Ook hier zou je ‘het bestaan in gedachte’ als tegenstelling kunnen beschouwen t.o.v. de objectieve werkelijkheid.

mvg,

Epicurian

   

Wat is zo onwerkelijk aan gedachten? Of ik nu droom of wakker ben, de realiteit tijdens de droom kan die van de wakkere toestand evenaren. Zo lang ons brein 'gezond' is, maken we een onderscheid tussen dromen en wakker zijn. Daarom zijn ook gedachten, motieven, verwachtingen, emoties, enz... het studieobject van wetenschap en filosofie.
Waarom zeggen we dat indien mensen niet meer een goed onderscheid kunnen maken tussen droom en werkelijkheid wanneer we wakker zijn, dat mensen dan gek zijn of gek doen?
Vandaag zullen mensen met enige kennis terzake, niet zo snel besluiten dat er dan geesten aan het werk zijn of zielen. Maar toch blijft het merkwaardig waarom mensen concepten hanteren zoals zielen, het hiernamaals of andere begrippen die niet 'te vatten' zijn.
Misschien moeten we het eerder beschouwen als een bijzondere eigenschap die zelfs al vroege jagers verzamelaars bezaten: een bijzondere manier om dingen en gebeurtenissen af te leiden en te extrapoleren uit sporen. Een bosjesman kan een hele reconstructie bedenken hoe zijn plots verdwenen prooidier (bijvoorbeeld een antilope) zich gedraagt enkel op basis van de sporen die het dier achterlaat. Omdat jagers en verzamelaars zeer bedreven observators (empirisch denken?) zijn van dierengedrag kunnen ze zich als het ware inleven en zich inbeelden hoe dieren zich gedragen. De associatie met de sporen die zulke dieren achterlaten bij bepaald gedrag maakt dat de bosjesman bij spoorverlies, zich kan inbeelden wat de antilope heeft gedaan. Op die manier slagen ze er dikwijls in hun prooidier opnieuw te vinden en te achtervolgen. Eigenlijk doen wetenschappers vandaag hetzelfde maar op een systematische wijze. Via empirisch verkregen gegevens reconstrueren ze een 'verhaal' of hypothese, die ze nadien toetsen. Omdat de bosjesman op zijn manier van jagen meer succes ondervond dan pech, werd hij bedrevener in het interpreteren van sporen door hypothesen te formuleren hoe de antilope probeert de jager te ontlopen. Die kennis werd telkens mondeling doorgegeven van generatie op generatie en waarschijnlijk ook verbeterd
Wanneer wetenschappers uit sporen (bijvoorbeeld: fossielen) proberen een reconstructie te maken van het uitgestorven dier of zelfs proberen af te leiden hoe dat uitgestorven dier zou geleefd hebben, dan hanteren ze in principe dezelfde vermogens die al jagers -verzamelaars bezaten.
Wanneer menen wetenschappers vandaag dat een theorie klopt? Als er voldoende argumenten, evidentie en feiten stroken met de vermeende werkelijkheid die ze opsporen. En zo lang er geen feiten of gegevens hun verhaal niet weerleggen, heeft het succes en wordt deze verder gebruikt om meer te weten. En zolang geloven in zielen of geesten in dieren succes oplevert voor de jacht, waarom zouden bosjesmannen dan op hun eigen empirische wijze die kijk op hun wereld verlaten voor een betere? Mensen denken in essentie vandaag niet beter of slechter dan jagers verzamelaars. Maar vandaag beschikken mensen over zoveel systematisch bijgehouden informatie en kennis die ze steeds verder verfijnen, dat ze meer en meer te weten komen over die wereld en ook over hun vergissingen.
Sommige concepten als 'zielen' en 'goden' hebben ook een betekenis voor mensen die samenleven. Het kan een houvast bieden in tijden van onzekerheid, want mensen houden niet van de grillen van het lot. Zelfs de Grieken raadpleegden de orakels alvorens beslissingen te nemen, ook al was dat niet altijd succesvol. Maar het idee alleen al dat dit wel eens kon helpen....
Geloven in zaken die niet tot de waarneembare wereld behoren, zijn daarom menselijk, maar het geloof in succes ervan en conditionering via cultuur en traditie zal bepalen of mensen blijven vasthouden aan zulke ideeën, concepten of niet. Zelfs zeer rationele mensen kunnen erg bijgelovig zijn. Onze hersenen werken in wezen niet anders dan onze verre voorouders, maar beschikken nu over veel meer informatie waaronder ook een heleboel tegenstrijdige informatie en de zingeving vandaag verschilt van vroeger. Gelovige mensen kunnen dan misschien vanuit een atheïstische invalshoek in zaken geloven die niet werkelijk zijn, maar zij vergeten dan dat ze ook op hun manier vaak in bepaalde ideologieën of filosofische modellen geloven die niet altijd zo toetsbaar zijn of correct. We zijn nu eenmaal feilbaar en de werkelijkheid rondom ons krijgt kleur en betekenis vanuit onze emoties, verwachtingen, wensen, angsten, cultuur en ideeëngoed. We zullen nooit zuivere rationele wezens zijn, hoe sterk we ook in de waarden van de Verlichting mogen geloven. Socrates was zeker iemand die zich hiervan bewust was. En daarom is het stellen van de juiste vraag zo belangrijk.


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Mrt 13 12 12
   

Beste Stefaan,

"Wat is zo onwerkelijk aan gedachten?"

Ik denk wel eens: als ik in augustus 1989 niet dit maar dat had gedaan, dan woonde ik nu niet in het provincienest L.

Wat is daar werkelijk aan, behalve het feit dat ik die gedachte heb?

Mvg,

Aliaspg

   

Beste Kweetal,
Wat je schrijft doet mij denken aan de grotvergelijking van Plato en de redenatie vanaf de schaduwen achterin de grot tot helemaal aan de andere kant het licht van de zon en de idee van het goede. En het is waar dat alles dat vertrekt vanaf die schaduwen, vanaf dat bewegende beeld op het witte doek van de bioscoop, sterk wegheeft van een constructie, een verdichtsel, maakwerk, denkwerk, en dubieus is als werkelijkheid. Althans, heel wat theosofica fantastica lijkt eerder aan een metafysische dikke duim ontsnapt dan dat het te maken heeft met werkelijkheid. En toch, in de afgelopen eeuw is in wetenschappelijk onderzoek gebleken, dat we een universum bewonen dat eerst en vooral is samengesteld uit krachten en wiskunde. Zodat die wereld van schaduwen achterin de grot, die wereld van materie waar een 19e-eeuwse materialist als Ernst Mach nog zo heilig in geloofde, een illusie is gebleken. En het idee van realiteit zich heeft verschoven, naar een domein van werkelijkheid dat eerst slechts een constructie leek.

   

Beste Benedict,

Hoe zou moeten blijken dat het universum zou zijn samengesteld uit krachten en wiskunde? Het enige dat is gebleken is dat die krachten en die wiskunde voor ons een tot nu toe bevredigende beschrijving van het universum opleveren. Maar dat zelfde gold zo'n duizend jaar geleden voor God en de engelen. Zou jij durven voorspellen dat het universum over duizend jaar nog uit krachten en wiskunde bestaat?

   

Aan Aliaspg:

Wat is zo werkelijk aan: "als ik in augustus 1989 niet dit maar dat had gedaan, dan woonde ik nu niet in het provincienest L. "

Het feit dat je reflecteert over dingen die je niet volledig in de hand hebt, maar je toch enige grip wil houden over je leven, zal waarschijnlijk mee bepalen wat je vandaag doet of niet doet, en zo je toekomst (ook al hoop je daar meer vat op te hebben). Wensen, verwachtingen, hoop, wanhoop en teleurstelling; onze emoties geven mee een richting aan onze beslissingen. Soms zal dat leiden tot gedragsverandering en soms niet. Het feit dat mensen een interactie aangaan met hun omgeving en er niet van houden zich bij hun lot neer te leggen, maakt dat de wereld mee verandert. Gedachten kunnen dus wel degelijk iets doen veranderen en daarom behoren ze volgens mij ook tot de werkelijkheid. En als ze dan zo onwerkelijk zijn, waarom proberen wetenschappers dan zo driftig te weten te komen hoe we denken en wat de gevolgen daarvan zijn.
Stel nu eens even een leven voor waarbij je gedachten geen enkele rol spelen in je verdere leven. Dan zou dat zoveel betekenen alsof de tastbare en zintuigelijke wereld waarin je mee acteert een droom is. Maar toch proberen sommige mensen van hun droom een werkelijkheid te maken. Zelfs zeer arme mensen moeten voortdurend beslissingen nemen, meer nog dan welstellende mensen om te kunnen overleven. Vele van hun dromen komen niet uit en toch blijven ze volhouden, omdat het niet doen betekent dat ze niet meer (kunnen) leven. Welstellende mensen zijn erg verwend. Zij kunnen denken aan dingen die hun leven bepalen, want het merendeel van hun leven gebeurt automatisch zonder nadenken. We kunnen aan water raken zonder na te denken of er genoeg is en waar te vinden. We hoeven zelfs ons niet bezorgd te maken of er genoeg hout is om te sprokkelen om een ketel water mee te verwarmen om eten te bereiden of je te wassen. We kunnen vrijer beslissen iets leuk te doen om onze verveling te doden en niet het slachtoffer te worden van de vele saaie momenten in het leven om het leuker door te brengen. We hebben als welstellende een heleboel minder stress en problemen om kopzorgen over te maken. De kopzorgen die we hebben worden vaker door onze eigen onnadenkendheid veroorzaakt en onze onwetendheid, gewoontes en verslavingen, of door pech zoals ziekte, werkloosheid, plotse armoede, een ramp, een crisis, een mank lopende relatie of gewoon willen meedrijven met iedereen omdat we nu eenmaal graag bij groepen horen en er niet graag alleen voor staan.
Onze gedachten zijn daarom even reëel en sommige daarvan zullen een hoog droomgehalte hebben en andere niet. Bovendien zijn we graag gelukkig of we nu arm zijn of rijk. Onze gedachten zullen mischien niet zichbaar overblijven in de geschiedenis maar wel hun producten. De creatieve preshistorische mensen lieten graven na, stenen bijlen, hutten, afvalhopen, enz.. Allemaal het product van menselijke gedachten. Maar dat geldt ook voor vele andere levende organismen. We denken te vaak dat de wereld niet wordt beheerst door gedachten maar door gedachteloze processen, zoals geologische veranderingen en het weer. Maar vele mensen slagen er zelfs in het klimaat te beinvloeden. Wie weet hoeveel verre afstammelingen van ons hierover gedachten zullen hebben.


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Mrt 13 12 3:02
   

Beste Kweetal,
Dat het universum voornamelijk is samengesteld uit krachten en wiskunde, blijkt volgens mij dagelijks in bijvoorbeeld de experimenten in CERN. En uiteraard moet je daar het voorbehoud bij denken dat dit spreken in termen van krachten en wiskunde ons op dit moment het meest adequaat lijkt en dat het morgen noodzakelijk kan lijken andere termen te gebruiken. Het was bijvoorbeeld James Jeans die zei dat met de ontwikkelingen in de fysica het universum steeds meer op één grote gedachte begint te lijken. En dit is wat ik eigenlijk bedoelde te zeggen: er heeft in de afgelopen eeuw een dematerialisatie van de materie plaats gevonden. Althans, nog tot ver in de 20e eeuw waren velen ervan overtuigd dat het universum het best te beschrijven is als ware het één grote levenloze machine die is opgebouwd uit ondeelbare bouwstenen, die naar toekomst en verleden gedetermineerd en voorspelbaar is, die het best reductionistisch is te verklaren vanuit z’n samenstellende delen, en die door ons mensen bewoond wordt als ware wij onderling concurrerende, biochemische en ego-centrische, automaten en consumenten. Waarnaast velen tegenwoordig het universum veel meer zien als één groot creatief en zich ontwikkelend organisme, dat in z’n ontwikkeling volstrekt nieuwe, emergente eigenschappen toont, en dat zich in de eigen expressie voortzet in ons mensen als creatieve organismen en cocreatoren. Strikt genomen kan je dan zeggen dat het in beide gevallen subjectieve constructies betreft van vermeende werkelijkheid, maar je kan je ook afvragen hoe zwaarwegend eigenlijk de redenen zijn om te denken dat werkelijkheid zich zozeer construeren laat, dat die werkelijkheid zèlf daar nauwelijks een rol in speelt.


---
Bewerkt door Benedict Broere op Mrt 15 12 3:52

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie