Denken en metafysica

In de blog: De zwarte doos reacties: 5 pdf print

Onderstaande tekst is een passage uit de tekst 'Denken en morele overwegingen' van Hannah Arendt. Ik citeer haar met volmondige instemming: ze geeft mooi aan hoe het zgn einde van de metafysica is overgegaan in de taalfilosofie. Het moet niet vergeten worden dat Arendt een tijdsgenoot van Heidegger was, met het verschil dat Arendt duidelijker taal sprak.

Ik sla het stuk over metafysica over - Arendt zegt daarin dat de uitspraak 'god is dood' moet beschouwd worden als 'het bovenzintuiglijke is dood', of liever, dat tussen zintuiglijkheid en bovenzintuiglijkheid voor het denken geen verschil meer is. Niet enkel metafysica maar ook positivisme is dan verworpen:

Deze moderne sterfbedden van God, de metafysica, de filosofie en, daaruit voortvloeiend, die van het positivisme, mogen dan gebeurtenissen van groot belang zijn, maar het blijven uiteindelijk gebeurtenissen in het denken, en hoewel ze uiterst nauw verbonden zijn met onze wijze van denken, hebben ze niets te maken met ons denkvermogen, met het louter feit dat de mens een denkend wezen is.

Deze uitspraak is in die zin interessant omdat ze een commentaar vormt op de taalfilosofie, die in bv het werk van Davidson sterk een studie is van onze wijze van denken, en overigens inderdaad met geen principieel verschil tussen feiten en theorie, analytische of synthetische uitspraken. Arendt suggereert dat een antropologisch project van de mens als denkend wezen paden kan bewandelen die niet moet woelen in de details van de denkwijze. Denken wordt dan door Arendt onderscheiden van leven en handelen - denken is een onderbreking van alle andere activiteiten. Denken is bij Arendt ook anders dan kennen, waar kennen leidt tot kennis en dus enige zekerheid volgens bepaalde regels, kan denken ook zonder concreet resultaat eindigen. Denken vindt zijn doel dan in het denken zelf:

Dus de vraag is onontkoombaar: hoe kan uit zo'n resultaatloze onderneming iets voorkomen dat relevant is voor de wereld waarin we leven? Als daarop al een antwoord mogelijk is, kan het alleen voortkomen uit de activiteit van het denken, aan de beoefening ervan, en dat betekent dat we ervaringen en niet zozeer leerstellingen moeten naspeuren.

Men moet ervoor waken hierin een pleidooi te zien voor een levensfilosofie die het zintuiglijk ervaren laat primeren boven het denken. Het gaat hier wel degelijk over de ervaring van het denken, en die laat Arendt primeren boven het kennen, dat tot een resultaat leidt, dat mensen in staat stelt een concept af te lijnen en te definiëren . Ze vindt hiervoor steun bij Socrates:

Socrates (...) lijkt inderdaad staande te hebben gehouden dat denken over godsvrucht, rechtvaardigheid en dapperheid en de rest ertoe kon leiden dat mensen vromer, rechtvaardiger en dapperder werden, zelfs al werden hun geen definities of 'waarden' geboden om hun latere gedrag richting te geven.

Sterker nog, het ligt in de aard van de socratische methode dat eerder bedachte concepten en definities bij elke nieuwe vraagstelling in vraag worden gesteld:

het gevolg van deze eigenaardigheid is dat de activiteit van het denken onvermijdelijk een destructief, ondermijnend effect heeft op alle gevestigde criteria, waarden, maatstaven voor goed en kwaad, kortom op die gewoonten en regels die we in de moraal en de ethiek behandelen.

Dit alles moet ons erop wijzen dat redeneren meer is dan een gebruik van taal met strikt afgelijnde concepten - wat op z'n minst een waarschuwing inluidt voor taalfilosofische projecten. De socratische methode zal mensen kritisch maken tov afgelijnde systemen - indien ze goed werkt. Arendt bespreekt ook het gevaar van een slecht toegepaste socratische methode - die leidt tot een cynisme of nihilisme waarin niets uitmaakt omdat alles kan worden weerlegd. Ze ziet in de kring rond Socrates mannen als Critias en Alciabades; deze

veranderden de niet aanwezige resultaten van het socratische onderzoek naar het denken in negatieve resultaten: als we niet kunnen definiëren wat godsvrucht is, laten we dan goddeloos zijn - en dat is het omgekeerde van wat Socrates hoopte te bereiken met praten over godsvrucht.

Een dergelijke aanval van scepticisme is steeds een gevaar voor socratisch denken, en volgens Arendt ook de reden dat Plato in zijn politieke stellingen toevlucht neemt tot dreigen met straffen in het hiernamaals en door velen na hem; liever dan weerloos te staan tov de sceptici en cynici. Arendt zelf vindt de aanval misplaatst en oneigen aan het socratische, omdat ze voortkomt 'uit het verlangen resultaten te vinden die verder denken overbodig zouden maken.' denken voor Arendt heeft een politieke dimensie: het is de taak van een burger elke specifieke situatie opnieuw te situeren in contexten die steeds terug in vraag kunnen worden gesteld; pas wanneer we bepaalde gewoontes onbetwistbaar vinden komt het gevaar van het kwaad bovendrijven. De neiging omnhet denken op te geven zoals de nihilisten doen blijkt dan enkel een kwestie van vermoeidheid, een pleidooi om het denken dood te doen enkel omdat het goddelijke of een andere categorie van opvattingen dood is verklaard.


Reacties (5)

   

Beste Tsunami,

Arendt een generatiegenoot van Heidegger? Ze was leerling van H., en leerlingen zijn (potentiële) opvolgers, geen generatiegenoten.

   

Tijdgenoot bedoel ik, omdat er een aansluiting tussen hen bestaat. Leerling is ze in elk geval niet gebleven.

   

Toch heeft Socrates in de Protagoras een definitie van ethiek ontwikkeld, waar andere definities uit afgeleid kunnen worden.
En dus niet steeds opnieuw im frage gesteld hoeven te worden.

Al blijft socratische vragen stellen een uitstekende methode om bij eerder genoemde definitie uit te komen.

Jeroen

   

-Het 'goddelijke' mag dan misschien al dood zijn verklaard ; toch blijft het absolute en transcendente ons bezig houden ...

   

Hmmm

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie